Vijftig Jaar Onafhankelijk: Belofte, Illusie en Realiteit.
Vijftig jaar onafhankelijk. Een halve eeuw.
In de meeste landen is dat het moment waarop men trots terugblikt, de borst vooruit, vlaggen in de lucht, kinderen die liedjes zingen over vrijheid.
In Suriname heerst vooral een andere emotie: vermoeidheid.
Alsof we met zijn allen naar een verjaardagsfeest zijn uitgenodigd waarvan we niet zeker weten of het eigenlijk wel te vieren valt.
We zijn officieel vrij sinds 1975, maar vrij waarvan, en vrij waaróm?
De politieke soevereiniteit hebben we, daar niet van.
Maar soevereiniteit zonder stabiliteit is als een huis zonder dak: officieel bewoonbaar, maar vooral geschikt om nat te regenen.
De geschiedenis van Suriname leest als een boek waarvan elk hoofdstuk door een andere schrijver is herschreven.
Eerst de euforie van de onafhankelijkheid, gevolgd door het ijskoude hoofdstuk van 1980, toen een handvol mannen het land gijzelde onder het mom van een “revolutie”.
Het land verloor niet alleen democratie, maar ook vertrouwen — en dat laatste is veel moeilijker terug te krijgen dan een regering.
Daarna kwam de migratie-exodus.
Een kwart van de bevolking liep weg naar Nederland, niet om een nieuw leven op te bouwen maar om aan het oude te ontsnappen.
Wat zegt het over een land als de grootste export niet goud, bauxiet of straks olie is, maar de eigen mensen?
En de diaspora, hoe waardevol ook, werd een soort parallel Suriname: een volk dat meeleeft, meedenkt, meebetaalt maar niet mag meebeslissen.
Een schaduwnatie, levendig maar machteloos.
Economisch ging het land vooruit als een auto zonder stuur: het rijdt, totdat het ergens tegenaan knalt.
Bauxiet weg, goud vol risico’s, hout halfweg illegaal, en dan in de jaren 2020 ineens de grote belofte: offshore olie.
De heilige graal.
De jackpot.
Een rijkdom die het land financieel kan transformeren, maar zolang goed beleid, wetgeving en verantwoordelijkheid ontbreken, blijft de belofte vooral een droom.
Zelfs de olie blijft een kans die nog moet worden verzilverd door integer en competent bestuur de reddingsboei die in de geschiedenis zelden een land redde, maar wel hele regeringen heeft bedwelmd met grootheidswaanzin.
En toch, tussen alle cynisme door, is Suriname een hardnekkig land.
Een land dat weigert ten onder te gaan, hoe vaak men het ook probeert.
Een land dat meer talent heeft dan beleid, meer potentie dan planning, en meer mensen die houden van het land dan mensen die het besturen.
Maar vijftig jaar onafhankelijkheid dwingt tot een ongemakkelijke vraag:
Zijn wij wel echt onafhankelijk, of alleen maar losgemaakt?
Onafhankelijkheid betekent niet alleen zelf beslissen.
Het betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van die beslissingen.
En dáár wringt het.
Te vaak is macht een instrument geworden voor vriendjes, families en fracties, niet voor het land.
Te vaak is kritiek gezien als vijandschap, en incompetentie als loyaliteit.
Velen hebben jarenlang gewacht dat Suriname beter zou gaan, maar velen zijn een illusie armer geworden, omdat de situatie tot op heden vrijwel hetzelfde is gebleven.
Toch wacht een nieuwe generatie, vol hoop en deskundigheid, om eindelijk iets bij te dragen aan het land dat ze liefhebben.
Daarnaast blijft Suriname achter op het gebied van wetgeving die essentieel is voor zijn burgers.
Surinamers geboren in Suriname hebben nog steeds niet de volledige vrijheid om te kiezen voor een dubbele nationaliteit, Surinaams en Nederlands, ondanks dat dit hun kansen en binding met het land zou versterken.
We zijn vijftig jaar onafhankelijk.
Maar vrijheid, echte vrijheid, vraagt om volwassenheid.
Om een bestuur dat durft te kiezen voor visie, niet voor stemmen.
Voor kwaliteit, niet voor loyaliteit.
Voor het land, niet voor het netwerk.
Het zou mooi zijn als we het vijftigjarig bestaan durven gebruiken voor een nieuwe start, niet voor een nostalgische bijeenkomst waarbij dezelfde gezichten dezelfde toespraken houden alsof het land geen geheugen heeft.
Want Suriname heeft genoeg jubilea gevierd.
Het is tijd om eindelijk vooruit te gaan.
Onafhankelijkheid is geen verjaardag om te vieren met taart en vlaggen alleen.
Het is een kans voor het volk van Suriname om elke dag opnieuw te kiezen voor eerlijk bestuur, voor beleid dat álle mensen dient, voor een toekomst waarin het land zijn eigen potentieel werkelijk benut.
Vijftig jaar is een herinnering, geen bestemming.
De vraag is niet of we vrij zijn geworden, maar of wij, het volk van Suriname, bereid zijn de vrijheid die we hebben te gebruiken.
De tijd om dat te doen is nu.
*Ik nodig u uit.*
Niet alleen om te lezen, maar om na te denken. Na te denken over wat u kunt betekenen voor ons moederland zodat uw neven en nichten de kans krijgen om te studeren, zich te ontwikkelen en bij te dragen aan een Suriname dat integer, betrouwbaar en competent wordt bestuurd.
Een land waar zelfzucht geen plaats heeft en waar opportunisme geen stem krijgt.
Eerst het zware, dan het beloofde.
Column A.K.Jitan


Comments
Post a Comment